Wat voelde jij?

Ineens was het er, ook in ons land: het coronavirus. Het bepaalde plotseling een groot deel van ons leven en onze weekindeling, onze plannen veranderden. Er kwamen allerlei voorschriften, geboden, verboden, beperkingen. En wat kwamen er veel verdrietige en schokkende nieuwsberichten… Wat voelde jij?

Schrok je, werd je bang voor je eigen gezondheid, of vreesde je zelfs voor je leven? Was je bezorgd voor je gezin of familieleden? Was je boos omdat je dagelijkse leven plotseling overhoop ging, was je geprikkeld omdat het hele gezin thuis bleef en je geen tijd alleen had? Werd je verward door alle informatie die op je af kwam? Werd je wat moedeloos van alle taken die je op je bordje kreeg of van telkens ruziënde kinderen? Was je teleurgesteld, omdat een feest waar je al lang naar uitkeek niet (of op een beperkte manier) door kon gaan? Voelde je je vermoeid doordat de kinderen ineens weer de hele dag aan je rok hingen? Werd je overvraagd door het onverwachts moeten geven van thuisonderwijs?

Òf vond je het eigenlijk wel fijn dat veel dingen niet meer hoefden, was het gezelliger met iedereen om je heen, voelde je je meer ontspannen omdat je meer tijd voor leuke dingen had? Voelde het als een kans om je kinderen op een andere manier bezig te zien, om samen met hen Bijbelverhalen door te nemen of te beluisteren, hun schoolwerk te leren kennen? Genoot je van het schitterende weer, al die weken, was je blij met alle kleine wondertjes dichtbij, in huis en tuin (die je misschien al een tijdje niet opgevallen waren), was je (extra) dankbaar voor gezondheid en genoeg eten en drinken? Was het fijn om iets voor anderen te kunnen doen; een kaartje, een boodschap, een bloemetje, bidden, …?

Ik heb van meerdere bovenstaande dingen wel iets gevoeld. En jij? Waarschijnlijk had jij ook verschillende gevoelens, afhankelijk van het moment van de dag en de (gezondheids)situatie van je gezin en de mensen om je heen.

In Handelingen 12: 1-19 gaat het over de moeiten en zorgen, de vervolging van de gemeente door Herodes. Jakobus is al gedood en Petrus is gevangen genomen. In dit hoofdstuk las ik ook over een jonge dienstbode of slavin; Rhode of Rhodé. Wat zou een slavin in die tijd gevoeld hebben? Wat betekende het, al zo jong verplicht te worden om te dienen, om te werken voor anderen, gedwongen te worden de eigen toekomstplannen op te geven en te moeten gehoorzamen aan een onbekende meesteres? Zij zat ‘gevangen’, kon niet gaan en staan waar ze wilde en had ook te maken met allerlei verboden en geboden. Zou ze, misschien ver van huis, haar eigen familie gemist hebben, was ze eenzaam, was ze teleurgesteld, was ze bang?

Voelde jij je de afgelopen tijd ook opgesloten, omdat je zoveel mogelijk thuis moest blijven en niet meer naar familie, het schoolplein, werk, sport, enz. kon gaan? Was je eenzaam omdat veel contacten wegvielen of omdat je er vaak alleen voor stond? Voelde je je ‘slaafje’ van je gezin, was er weinig ‘me-time’? Vond je het erg dat je niet meer met de gemeente bij elkaar kon komen in het kerkgebouw?

In de Bijbel lezen we dat Rhodé diende bij een christelijke meesteres, want in hun huis kwam de gemeente samen om voor de gevangengenomen Petrus te bidden. Waarschijnlijk was ze zelf ook gelovig (geworden) en leefde ze mee met die gemeente. De gemeente werd beproefd en daarom waren ze in gebed bijeen. Toen Petrus na zijn bevrijding uit de gevangenis aanklopte bij dit huis, ging Rhodé naar de deur. Ze hoorde aan de stem dat Petrus voor de deur stond, was zeer blij en rende naar de gemeenteleden om het te zeggen. Ze was zó blij dat ze vergat om de deur voor Petrus open te doen…

Wat voelen wij, nu we als moeders in die bijzondere situatie zitten vanwege het virus en het nog wel even, zij het met wat minder beperkingen, zo zal doorgaan? Is er liefde voor anderen (in de gemeente) en hoe vullen we dat concreet in? Zijn we blij met de blijden, laten we ons meeleven zien als er verdriet, zorg, eenzaamheid of ziekte is, wordt er gebeden, ook samen met de gemeente op de woensdagavonden (zoals de gemeente uit Handelingen 12 met velen bijeenkwam en bad)? Zijn we somber of angstig als we aan de komende tijd denken, of vertrouwen we op Gods hulp? Toen Rhodé vertelde dat Petrus voor de deur stond, oftewel dat het gebed van de gemeente verhoord was, geloofden ze het niet eens… In de meditaties en preken hebben we de laatste weken i.v.m. het virus veel gehoord over boete doen, zonde, schuld, van onszelf, van ons land. Liet het ons koud, werden we een beetje moe van alles wat met ‘corona’ te maken heeft, of bracht het ons bij het kruis (Pasen viel ook in deze periode)?

Rhodé hoorde de stem, herkende Petrus zonder hem te zien en was blij. God klopt aan ons hart, misschien nu wel duidelijker en dringender dan ooit tevoren. Herkennen wij Zijn stem, laten we Hem binnen of weigeren we open te doen?

 

Openbaring 3: 20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

1 Petrus 1: 8  … Denwelken (Jezus Christus) gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt; in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde; …

Johannes 10: 27 Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.

 

(Zie bijv. ook de volgende teksten en hun context: Deut. 30:2, Jozua 24:24, Jeremia 7:23, Joh. 20:29, Psalm 95:4 berijmd)

 

 

 

Implemented by GJdeBruijn