Zondagmiddag 22 november

 

Tekst: Lukas 10: 36-37: Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was? En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.

 

Liturgie:

Psalm 68: 10

Psalm 25: 7

Lezen: Lukas 10: 25-37

Psalm 119: 56

Psalm 3: 2

Psalm 138: 4

 

Vragen bij de preek:

1. Wat vraagt de wetgeleerde aan Jezus (25)?

2. Waarom stelt hij deze vraag aan Jezus?

3. Welk antwoord geeft de Heere Jezus aan hem (26)?

4. Welk antwoord geeft de wetgeleerde aan Jezus (27)?

5. Hoe gaat het gesprek verder (29)?

6. Wie is de naaste volgens de opvatting van de joden?

7. Welke twee voorbijgangers zijn er in de gelijkenis die Jezus vertelt?

8. Wat doet de Samaritaan?

9. Wie is onze naaste?

10. Wat weet je van die olie en wijn die de Samaritaan gebruikt?

11. Welke opdracht krijgt de wetgeleerde (37 slot)?

12. Verklaar deze uitspraak: Om het eeuwige leven te beërven moet je niet alleen weten wat je moet doen, maar je moet het ook doen.

 

 

Implemented by GJdeBruijn